Lid worden Webshop

Waar komt de naam “Keizershoofd” eigenlijk vandaan?

Keizershoofd is de naam van een 17e eeuws fort, gelegen op de gronden van heerlijkheid Waarde, nabij Valkenisse. Als fort Keizershoofd ligt het in de tachtigjarige oorlog langdurig in het frontgebied. Grote en kleine invallen van Spaansgezinde troepen maken vanaf 1579 de inzet van landwacht en de bouw van een linie van forten langs de Schelde noodzakelijk. Al vanaf 1596 waren er plannen voor een fort op de landtong van Valkenisse, bij het Keizershoofd waar al een wachtpost was. De bouw van het fort bij Valkenisse werd serieus opgepakt en Stadhouder Frederik Hendrik zelf kwam op 23 en 24 februari 1628 de locatie van het nieuwe fort bezichtigen. Het kostte vervolgens veel moeite om de benodigde gelden voor de bouw van het fort bij elkaar te krijgen.

Het plan voorzag in een middelgroot fort op basis van een vierkant van opgeworpen aardenwallen met vier bolwerken, omgeven door een gracht, de afstand van de bolwerken bedroeg ca. 150 meter en ieder bolwerk zou van een batterij worden voorzien waarop een kanon kon worden geplaatst.

In het fort zou een kapiteinswoning, een kruittoren en stenen huisvesting voor 150 soldaten worden gebouwd. Er was een stenen toegangspoort gepland en daarvoor een houten steiger met twee ophaalbruggen. Het werk werd aanbesteed en aannemers begonnen met het grondwerk. In een donkere nacht van december 1629 landden ongeveer 40 Spaanse soldaten op het Keizershoofd en ontvoerden de aannemers Boy Claessen en Jan Passchiersen samen met hun personeel. Hun verblijven werden geplunderd en verbrand. De ontvoerden werden gevangen gezet in Hulst en zouden, zoals gebruikelijk, pas worden vrijgelaten na betaling van losgeld.

Besloten werd te bezien of tijdens de verdere bouw van het fort een oorlogsschip bij het werk kon worden gelegd. Voorlopig gebeurde dat niet, maar werden er een aantal soldaten vanuit Goes gelegerd in de hut van de aannemers. Dat gaf overigens ook weer wrijving met de bouwers die zich gehinderd voelden in hun werk door de soldaten. Het werk liep bovendien vertraging op en kon nog niet in 1630 worden opgeleverd omdat er door verzakkingen bressen ontstonden in de opgeworpen steile aardenwallen.

Ondertussen voelde men de hete adem van de vijand in de nek omdat de Spanjaarden in Antwerpen grote aantallen sloepen gereedmaakten, naar men vreesde voor een landing op Zuid-Beveland. De tijdelijke dam naar het fort was nog niet vervangen door een steiger met ophaalbruggen, de stenen soldatenverblijven waren nog niet gereed en er was nog geen bewaking in het fort aanwezig. In 1630 werden alle aanvullende werken aanbesteed en werd er gewerkt aan de poort en de woningen. Er werden ook kanonnen vanuit Vlissingen naar het fort gebracht

Op 5 november 1630 kwam Frederik Hendrik wederom, nu om het fort te inspecteren. De gevreesde invasie van een Spaanse vloot was nog steeds uitgebleven, maar nog steeds waren er berichten dat de vijand veel sloepen gereedmaakte en troepen verzamelde. Er werden acht extra stukken geschut geregeld via de West-Indische Compagnie. Ook werden extra oorlogsschepen afgemeerd bij het Keizershoofd en verbleven er extra manschappen in het fort zodat nu dag en nacht werd wachtgelopen. Dat alles gaf ook overlast aan de plattelanders, die voortdurend met paarden langs de dijken moesten patrouilleren om plunderende matrozen terug naar hun schepen te sturen. De kerk van Valkenisse werd ingericht als soldatenlogement en als hospitaal om gewonde soldaten te verplegen. De spanning steeg toen de vijand zijn sloepen en schepen ging concentreren bij het fort Anna in Vlaanderen, juist tegenover Keizershoofd.

Op 18 september 1631 kwam de Spaanse invasie en stak de Schelde over. Het grote moment was daar! Hoewel de vijand op eerbiedige afstand het Keizershoofd passeerde om via de oostelijk gelegen Mosselkreek naar Flakkee door te steken, werd er vanaf het fort driftig op de vijand gevuurd. Er werd wel twaalf keer geschoten met de twaalfponder kanonnen, want die schoten het verst. Zuid-Beveland kwam niet echt in gevaar. Toen in 1635 veel forten langs de schelde in Staatse handen waren, dacht men dat de vijand geen aanvallen meer zou doen, maar niets was minder waar. Er werden in oktober 1635 twee landlieden uit Kruiningen ontvoerd en in 1638 vond wel een hele brutale overval plaats. Ruim dertig man kwamen bij Waarde aan wal en ontvoerden daar predikant Johan Happart. Vanaf fort Keizershoofd vuurde men nog op de terugtrekkende overvallers, maar predikant Happart werd meegenomen en in Hulst gevangen gezet. In datzelfde jaar vreesde men opnieuw weer een aanval op het eiland. Via de Staten-Generaal werden extra oorlogsschepen de Schelde op gedirigeerd en werden Hansweert en Waarde versterkt met sloepen en soldaten. Het bleek allemaal een afleidingsmanoeuvre van de Spanjaarden te zijn die daardoor hun Armada veilig door het kanaal en over de Noordzee konden loodsen. Admiraal Tromp bracht deze Spaanse vloot echter alsnog een vernietigende slag toe bij Duins op 21 oktober 1639. Het gevaar voor vijandige invallen op Zuid-Beveland bleef bestaan, tot de verovering van Hulst door Frederik Hendrik in 1645. Na de vrede van Munster in 1648 werd het fort deels ontmanteld. Uiteindelijk verdwijnt fort Keizershoofd bij de stormvloed op 26 januari 1682 voorgoed onderĀ deĀ golven.

Evenementen kalender
-- Er zijn nog geen evenementen gepland
Alle evenementen
Copyright Voetbalvereniging SC Waarde 2026 | Sitemap | Realisatie: Steketee Online